Onderzoek van het botmineraal gehalte

Sinds 1997 worden er op Campus Salvator onderzoeken uitgevoerd om het botmineraal gehalte te bepalen. Dit gebeurt vooral bij vrouwen na de menopauze of bij personen met ziekten waarbij men een verlies aan botmassa vermoedt: botontkalking of OSTEOPOROSE. Dit botmineraalgehalte laat toe om het risico op breuken van wervels, heupen en polsen tgv broosheid van het bot te bepalen.
Botdensitometrie is GEEN diagnostische test voor schildklier-problemen maar wordt gebruikt om de GEVOLGEN van een langdurige overproductie van schildklierhormoon of

hyperthyreoidie te evalueren, waarbij er osteoporose optreedt.

Patiënten die behandeld werden voor een kwaadaardige schildklieraandoening en levenslang schildklierhormoon langs de mond innemen kunnen eveneens een verhoogd risico op botontkalking hebben.

Het onderzoek zelf is volkomen pijnloos en vergt slechts passieve medewerking van de patiënt.

Naast botmineraal gehaltebepaling kan het toestel ook de lichaamssamenstelling (Total Body Compositie) bepalen (% vetweefsel tov % niet-vetweefsel). Deze gegevens zijn belangrijk in de follow up van verschillende ziekten van endocrinologische of metabole aard.

Daar het toestel gebruikt maakt van X-Stralen dient dit onderzoek uitgesteld tot na een zwangerschap.