Echografie van de hals

Bij echografie wordt gebruik gemaakt van hoog frequente geluidsgolven, die voor het menselijk gehoor niet waarneembaar zijn. De geluidsgolven worden het lichaam ingezonden door een transducer (kleine sonde) direct op de huid te plaatsen. De transducer is een apparaatje dat geluidsgolven kan zenden en ontvangen. Om het geluid goed te kunnen ontvangen en uitzenden zit er gel tussen de transducer en de huid. Het uitgezonden geluid wordt door de organen in het lichaam teruggekaatst (echo) naar de transducer. Het geluid wordt in een elektrisch signaal omgezet dat via een snoer aan de computer is verbonden, waardoor een beeld van de schildklier bestaande uit grijstinten op de monitor ontstaat. Bloedvaten in de halsstructuren kunnen in kleur bekenen worden.

Het onderzoek is pijnloos en ongevaarlijk aangezien hier geen x-stralen gebruikt wordt. Van de geluidsgolven voelt men helemaal niets.
De meeste mensen kennen de echografie van zijn toepassing bij zwangerschap.Door de oppervlakkige ligging is de schildklier goed toegankelijk voor echografisch onderzoek. Met een echografie van de schildklier kunnen grootte en eventuele vormafwijkingen in de schildklier beoordeeld. Zo kan bijvoorbeeld de klier in het algemeen vergroot zijn (goiter). De schildklier kan zo groot worden dat deze klachten geeft tijdens het slikken. Maar ook kunnen er lokale afwijkingen in de schildklier voorkomen, zoals vaste nodulen of cysten. Een echografisch vergrootte schildklier zegt overigens niets over de werking van de klier. Hiervoor is bloedonderzoek nodig. 

Naast schildklierafwijkingen kunnen andere afwijkingen in de hals aan het licht gebracht worden: om. goedaardige en kwaadaardige lymfeklieren, afwijkende bijschildklieren, cysten buiten de schildklier, etc.