Heelkundige behandeling van schildklieraandoeningen

Waarom een schildklier heelkundig behandelen?
Soms zijn geneesmiddelen of radioactief jodium niet meer voldoende om het schildklierprobleem op te lossen. In dat geval blijft de mogelijkheid over om de schildklier geheel of gedeeltelijk te verwijderen door een heelkundige ingreep.

Er worden drie soorten ingrepen onderscheiden:
De totale thyroidectomie: de schildklier wordt in zijn geheel verwijderd, bijvoorbeeld bij kwaadaardig schildklierlijden of bij een reuze kropgezwel met slik- en ademhalingsstoornissen.
De subtotale thyroidectomie: beide helften van de schildklier worden grotendeels verwijderd, bijvoorbeeld bij een te hard werkende of een te grote schildklier. Er blijft een stukje achter van tien tot vijftien gram.
De hemithyroidectomie of lobectomie: één helft van de schildklier wordt in zijn geheel verwijderd, bijvoorbeeld bij een knobbel, waarbij het onduidelijk is of de knobbel goedaardig of kwaadaardig is. Blijkt het gezwel kwaadaardig te zijn, moet er in een tweede tijd een totale thyroidectomie gebeuren.

De heelkundige ingreep: wordt verricht onder algehele narcose en duurt enkele uren. De patiënt ligt met het hoofd zover mogelijk achterover. Er wordt een horizontale snede laag in de hals gemaakt. Van belang daarbij is om de stemband-zenuwen en de bijschildklieren te sparen. Na de ingreep worden er twee drains in het operatiegebied achtergelaten om nog bloed af te kunnen voeren. Deze drains worden verwijderd na een 24tal uren.

Na de ingreep: de pijn is te vergelijken met een keelontsteking en verdwijnt in een paar dagen. De wond geneest snel en meestal met een fraai litteken, dat vaak na verloop van tijd amper meer is

te zien. De hechtingen worden na vier of vijf dagen verwijderd en het ziekenhuisverblijf blijft beperkt tot een vijftal dagen. 
Eén week na de ingreep is controle van litteken en  stembandfunctie aangewezen bij de schildklierchirurg, twee maanden later controle in de schildklierkliniek voor aanpassen van thyroxinedosis en evaluatie van de calciumstofwisseling.

Mogelijke verwikkelingen
Hier gelden ook de normale risico's op verwikkelingen van een heelkundige ingreep, zoals trombose, longontsteking, nabloeding, wondinfectie.. De kans op verwikkelingen neemt af met de toenemende ervaring van de schildklierchirurg en neemt toe met de ingewikkeldheid van de ingreep.
Bij de hemithyroidectomie of lobectomie is de kans op verwikkelingen minder dan 0,1%
Bij de subtotale thyroidectomie wordt het risico iets groter:
-stembandzenuwletsel: 0,5%
-tekort aan bijschildklierhormoon: 3,7%
Bij een totale thyroidectomie liggen deze getallen iets hoger.

Letsel van de stembandzenuw is dus zeldzaam en blijkt veelal van voorbijgaande aard te zijn. Wanneer een stemband daardoor slecht functioneert, kan men met behulp van een logopediste heel goed weer leren praten.  Ook als de stembandzenuw niet wordt beschadigd kunnen er stemveranderingen optreden. 

De oorzaak van een tekort aan bijschildklierhormoon is gelegen in het feit dat er bij de ingreep bijschildkliertjes zijn beschadigd of verwijderd. Het verlaagd calciumgehalte in het bloed veroorzaakt tintelingen in de vingertoppen en spierkrampen. Met calcium en vitamine-D preparaten kan dit goed worden behandeld.