Knobbels, goedaardige en kwaadaardige gezwellen in de hals.

Knobbels of gezwellen
In een schildklier kunnen één of meerdere knobbels of gezwellen ontstaan.
Is er slechts één zichbaar of voelbaar gezwel dan spreekt met van een solitaire nodule. Dit is een vast gezwel dat goedaardig of kwaadaardig kan zijn. Een fijne naald punctie met cytologisch onderzoek (microscopisch onderzoek van de cellen) kan het onderscheid maken. Een solitaire zwelling kan ook een vocht- of bloedhoudende structuur zijn: schildkliercyste of bloedingscyste. Het onderscheid tussen vaste en cystische nodule kan gemakkelijk gesteld worden door een echografisch onderzoek. Meestal zullen gezwellen van 2 cm reeds voelbaar zijn. Vanaf een 4-tal cm zullen deze dikwijls hinder veroorzaken. Zijn er meerdere gezwellen dan spreekt men van een multinodulaire goiter.  Hier kunnen de vaste gezwellen zeer verschillende grootte hebben en kunnen er zowel vaste als cystische nodulen samen voorkomen. 

Niet alle "knobbels of gezwellen" in de hals zijn van schildklieroorsprong. Deze kunnen ook ontstaan in lymfeklieren, in speekselklieren, mondvloer of in de huid. Gericht onderzoek zal echter zeer snel het onderscheid kunnen maken tussen de verschillende oorsprong van deze afwijkingen.

Kwaadaardige schildklieraandoeningen
De symptomen van kwaadaardige schildklieraandoeningen zijn in het begin vaak weinig specifiek en kunnen sterk lijken op goedaardige aandoeningen van de schildklier: 

• een knobbel net onder de adamsappel
• heesheid
• moeilijkheden bij het slikken
• gezwollen lymfeklieren
• keel- of nekpijn die soms uitstraalt naar de oren 

De meest voorkomende schildklierkwaadaardigheden zijn het papillair en folliculair carcinoma welke een goed prognose op lange termijn hebben wanneer deze tijdig ontdekt en behandeld worden. Zij zullen eerder langzaam uitzaaien en meestal in de structuren rond de schildklier (lymfeklieren). 

Door de eigenschap van de schildkliercellen om actief jodium op te nemen, is een unieke behandeling van kwaadaardige schildkliercellen mogelijk door het toedienen van hoge dosis radiojodium.