Laboratoriumanalyse van bloed en urine

De meeste hormonen circuleren in ons bloed gebonden aan plasma-eiwitten. Dit geldt evenzeer voor schildklierhormonen: 99,97 % van het totaal thyroxine (TT4) en 99,70 % van het totaal triiodothyronine (TT3) circuleren in ons bloed, voor ongeveer 70 % gebonden aan het Thyroxin Binding Globulin (TBG), voor 10% gebonden aan het Transthyretrine (TTR) en voor ongeveer 15 à 20% aan het Albumine. 

Het is echter de circulerende VRIJE fractie van het hormoon die biologisch actief is. Dit heeft als gevolg dat bepaling van de totale hoeveelheid schildklierhormoon niet altijd de schildklierfunctie van de patiënt juist zal weerspiegelen. Er bestaan verschillende omstandigheden waarbij het gehalte van de plasma-eiwitten gewijzigd is. In de dagelijks praktijk zijn inname van estrogenen (“de pil”) en zwangerschap, de meest voorkomende toestanden waarbij de sterk gestegen eiwitconcentratie de totale hoeveelheid schildklierhormoon zal doen toenemen zonder de actieve fractie te wijzigen. 

Om een juist beeld te krijgen van de klinische toestand van de patiënt, is een evaluatie van de actieve vrije schildklierhormoon fractie aangewezen. Er zijn een aantal commerciële methoden op punt gesteld die ons toelaten een vrij nauwkeurige schatting van de vrije thyroxinefractie (FT4) en vrije triiodothyroninefractie (FT3) te maken. Niettemin zullen ook deze methoden onjuiste resultaten opleveren in gevallen van extreme

concentratieverandering van bindingseiwitten of in aanwezigheid van endogene T4-antistoffen of circulerende competitors (bv. bepaalde medicaties).

Door de progressieve verbeteringen in de kwaliteit en gevoeligheid van laboratoriumtechnieken voor bepaling in het bloed van TSHVrije thyroxine index of vrije T4 en Vrije T3 is interpretatie van de schildklierfunctietesten sterk vereenvoudigd en laat in de meerderheid van de gevallen een correcte diagnose toe van werkingsstoornissen van de schildklier. 

Naast de bepaling van de schildklierhormoonconcentraties en van het TSH zijn er nog een aantal bloedanalyses nuttig:
- antistoffen die de schildklier doen "vertragen": antithyroglobuline en anti thyroidperoxidase antistoffen.
- antistoffen die de schildklier doen "versnellen": TSI of TSAb antistoffen.
- thyroglobuline en calcitonine: markers voor het opvolgen van patiënten die behandeld zijn voor kwaadaardig schildklierlijden.
- bloedbezinking en CRP: in geval van schildklierontsteking.

Bij inname van hoge dosissen jodium in de voeding of door bepaalde medicijnen (amiodarone) kunnen er schildklierfunctiestoornissen ontstaan en is het dikwijls nuttig de 24 uren uitscheiding van jodium in de urine te kunnen volgen.